Daar waar de Rijksoverheid het laatste stapje (nog) niet zet….

.... zullen gemeenten de handschoen op moeten pakken. Het recht op kinderopvang heeft geen plek gekregen in het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst, zelfs niet voor peuters, waartoe de SER (unaniem!) in 2016 opriep. Wat een gemiste kans! De meerwaarde voor peuters hoef ik hier niet meer uit de doeken te doen. De meerwaarde voor gemeenten - preventie, kindnabije zorg, sociaal domein, opvoedondersteuning, investeren in burgers van de toekomst, integratie etc. – is genoegzaam bekend. Gemeenten kunnen realiseren wat de Rijksoverheid niet lukt. Maar uiteindelijk zal het Rijk de laatste stap moeten zetten.

Gemeenten gaan als het aan mij ligt voor de lijn ‘geld volgt kind’. Door de ouders die niet onder de Wet kinderopvang vallen een gemeentelijke kinderopvangtoeslag te geven, stellen zij de keuzevrijheid van ouders -net als in de huidige kinderopvang- voorop. Ik roep de VNG op om dit in de modelsubsidieregeling vorm te geven. De alternatieven subsidiëren van kinderopvangorganisaties of het aanbesteden van peuteropvang sluiten niet aan bij de harmonisatiegedachte. Gemeenten kunnen aanvullend hierop eventueel een ‘plus’ op de uurprijs subsidiëren voor kortdurende arrangementen en/of om een hogere kwaliteit te realiseren.

Met deze stappen geven gemeenten de voorzet voor een toegangsrecht voor alle peuters en leggen de bal voor het kabinet voor open doel. Het kabinet hoeft de bal alleen maar in het doel te schieten. Dat scoren is niet ingewikkeld of duur. Aanpassen van de Wet kinderopvang is een fluitje van een cent en bespaart ouders en gemeenten een hoop uitvoeringsellende. Het geld is ook voorhanden: het kabinet heeft 420 miljoen extra beschikbaar (170 voor vve en 250 voor de kinderopvangtoeslag) en een toegangsrecht voor peuters van 16 uur per week kost 380 miljoen (volgens de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang). Bovendien krijgen gemeenten geld om een aanbod voor peuters te verzorgen (oplopend tot 60 miljoen per jaar in 2021). Met het inzetten van deze middelen realiseren we een recht op kinderopvang van 16 uur voor alle peuters en houden we zelfs geld over om eerste stappen te zetten om het toegangsrecht uit te breiden naar kinderen van nul tot twee jaar en van vier tot en met twaalf jaar.

Rijksoverheid, gemeenten en veld investeren in de kwaliteit van de kinderopvang. Laten we gezamenlijk bekijken wat er nog meer nodig is om álle kinderen kinderopvang van dezelfde hoge kwaliteit te bieden, met extra zorg en aandacht voor kinderen die dat nodig hebben. De schotten tussen voorzieningen voor jonge kinderen moeten weg. Kinderen zijn kinderen, zij hebben geen stempel nodig, wel hoge kwaliteit. Gun het kinderen om samen op te groeien. Harmonisatie van de financiering is de volgende logische stap, door alle ouders onder de Wet kinderopvang te brengen. En dan moeten we ook durven kijken naar de systematiek waarop we tot op heden de kinderopvang bekostigen. Het wordt tijd om de systematiek van uurprijzen los te laten en over te stappen naar financiering van dagdelen of naar een lumpsum financiering voor de kinderopvang, zodat kortdurende opvang -ook voor 0 en 1 jarigen- betaalbaar wordt. Geen beter moment dan nu om dat te doen. Het aantal kinderen dat deelneemt aan kinderopvang groeit immers en vangt daarmee een eventuele krimp in de afname van uren op.

Het volgende kabinet maakt het plaatje compleet en breidt het toegangsrecht voor kinderopvang van hoge kwaliteit uit naar alle kinderen van nul tot en met twaalf jaar. Hoe simpel kan het zijn als het voorwerk gedaan is!

Geert de Wit
lid regiegroep Kindcentra 2020, lid kopgroep kinderopvang en bestuurslid BMK 

December 2017