Landelijke ontwikkelingen

De nieuwe gemeenteraden zijn inmiddels geïnstalleerd, sommige gemeenten hebben al een nieuw college, andere zijn daar nog volop mee bezig. Een mooi moment voor Kindcentra 2020 om gemeenten te wijzen op de rol die zij kunnen spelen in de versterking van de samenwerking tussen kinderopvang, primair onderwijs, zorg en welzijn. De Stichting van het Onderwijs riep de nieuwe (of nieuw gekozen) raadsleden al op de samenwerking te versterken. Kindcentra 2020 onderschrijft dit pleidooi en voegt daar het belang van toegankelijkheid aan toe. Pedagogische voorzieningen van hoge kwaliteit zijn prachtig, maar dan moeten wel alle kinderen daar terecht kunnen. Ook daar kunnen gemeenten een rol in vervullen. Gemeenten kunnen eigen (financiële) voorzieningen treffen voor groepen kinderen die buiten de Wet kinderopvang vallen, zodat echt integrale en inclusieve voorzieningen kunnen ontstaan. Laten we met de peuters beginnen. Gemeenten kunnen de subsidieregeling voor de opvang van peuters, waar de financiering al grotendeels van gedekt is, inrichten volgens het principe ‘geld volgt kind’, net als de Wet kinderopvang. De gemeente heeft in de uitvoering twee keuzes. De gemeente kan het geld rechtstreeks aan ouders verstrekken, zodat zij de kinderopvang zelf betalen. De gemeente kan het geld ook namens de ouders aan de kinderopvangorganisatie verstrekken. In beide gevallen maken ouders zelf een keuze voor een kinderopvanglocatie. Het op deze wijze subsidiëren bevordert de integratie van kinderen en vergroot kansen van kinderen, ongeacht of hun ouders werken of niet. Daar waar het Rijk kansen laat liggen, kunnen gemeenten de kansen grijpen.

In hoeverre het Rijk echt kansen laat liggen, zoals het Regeerakkoord doet vermoeden, zal blijken uit de reactie van de bewindspersonen van OCW en SZW op het advies van de taskforce Tijd om door te pakken. De taskforce formuleerde dertien adviezen om de samenwerking te bevorderen. Ter voorbereiding op deze reactie organiseerden ambtenaren van OCW en SZW een aantal verdiepingssessies om met de praktijk te bezien wat er nodig is. We zijn benieuwd naar de reactie van Minister Slob en staatssecretaris Van Ark.