CPB ziet voordelen van samenwerking, maar laat kansen liggen

Onlangs publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een zogenaamde ‘policy brief’ over de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. De essentie van deze brief is dat kindcentra en de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs voordelen maar ook nadelen kunnen hebben als niet de juiste maatregelen worden genomen. Dit rapport is voor Kindcentra 2020 een bevestiging van de gekozen koers.

Het CPB ziet voordelen voor gezinnen die gebruik maken van kinderopvang en voordelen voor kinderen, vooral voor kinderen met een taal- of onderwijsachterstand. Het CPB benoemt ook nadelen, zoals de mogelijke toename van segregatie. Terecht constateert het CPB dat kindcentra in de huidige praktijk vooral daar van de grond komen waar de participatie van kinderen (met name in de buitenschoolse opvang) hoog is: ofwel met name in wijken met veel tweeverdieners. Het rapport bevestigt de noodzaak om de toegankelijkheid van kinderopvang voor alle kinderen te verbeteren. Het is niet goed te begrijpen waarom het CPB dit niet betrekt in de analyse.

Voor Kindcentra 2020 is de analyse van het CPB nu juist de reden geweest om vanaf het begin te pleiten voor twee maatregelen, die in samenhang bezien moeten worden: het faciliteren van de samenwerking én het toegankelijk maken van kinderopvang middels een toegangsrecht voor alle kinderen. Pas dan hebben alle kinderen baat bij samenwerking en kan segregatie worden tegengegaan.

Het CPB gaat ook voorbij aan de inhoudelijke voordelen van de samenwerking. Daar waar kindcentra in de meest verregaande vorm (binnen de huidige kaders) tot stand komen blijken deze organisaties een motor voor het realiseren van daadwerkelijke innovatie van het onderwijs. Verregaande samenwerking maakt het mogelijk om onderwijstijd en opvangtijd over de dag te mengen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt in het rapport Naar een lerende economie (2013) dat het de kernopdracht is onderwijs te transformeren naar een postindustriële opzet. Vertrekpunt vormen dan de individuele mogelijkheden, niet het klassikale lesmodel, aldus de WRR. Kindcentra, waarin onderwijs en kinderopvang intensief samenwerken, bundelen onderwijs- en opvangtijd vanuit een nieuwe visie op leren en ontwikkelen, waarin het gepersonaliseerde leren centraal staat. Bundeling van de expertise van onderwijs en kinderopvang maakt brede talentontwikkeling bij kinderen mogelijk. Alle kinderen hebben daar baat bij (en onze toekomstige maatschappij), niet alleen kinderen met achterstanden.

Het is jammer dat het CPB de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs bekijkt als afzonderlijke maatregel en de mogelijkheden die de samenwerking biedt niet verbindt met de wenselijkheid van een toegangsrecht voor ieder kind en de noodzaak tot het realiseren van onderwijs dat aandacht heeft voor een meer gepersonaliseerde benadering van ieder kind. Van een onderzoeksinstituut als het CPB zou verwacht mogen worden dat zij beleidsopties in samenhang met andere beleidsopties beziet. Daardoor komt het CPB niet verder dan te constateren dat intensievere vormen van samenwerking potentieel grote voordelen hebben en pleit er dan vervolgens voor om, omwille van de nadelen, enkel lichte vormen van samenwerking te stimuleren. Daarmee laat het CPB niet alleen enorme kansen liggen, maar adviseert het CPB een koers die lijnrecht ingaat tegen een breed gedragen ontwikkeling in de maatschappij om tot betere voorzieningen te komen voor onze kinderen.

Dat laat onverlet dat wij ons door de bevindingen uit het rapport van het CPB gesterkt voelen in de juistheid van onze koers en van de noodzaak om te pleiten voor een regeerakkoord met aandacht voor versterking van de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in combinatie met een toegangsrecht voor ieder kind. Daarmee worden de voordelen tot het uiterste benut, nadelen verdwijnen en praktische obstakels kunnen weggenomen worden: daar heeft Kindcentra 2020 al een voorzet voor gedaan. De brief van het CPB vind je hier